FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VOEDSELKETEN EN
LEEFMILIEU

Directie Generaal Dieren, Planten en Voeding
Dierenwelzijn en CITES

Arcaden-6de verdieping - Pachecolaan nr 19 - Bus 5 - 1010 Brussel

BETREFT: CITES: NIEUW CERTIFICAATMODEL

Ref.

CIR21/512.30/02

Datum:

Biilagen: 2. Aanvraagformulier

Uitleg bij het invullen van het formulier

Bestemmeling: Elkeen, instelling of vereniging met activiteiten in verband met kweek, ruil, verkoop, demonstratie, tentoonstelling van specimens (=levend dier/plant of product) van soorten van Bijlage A.

Doel: Informeren over het gebruik van een nieuw certificaatmodel.

Wettelijke basis: Deze veranderingen zijn het gevolg van de publicatie van een nieuwe verordening van de Europese Commissie nr 1808/2001 die in werking trad op 22 september 2001.

VOORNAAMSTE WIJZIGINGEN

1. Het vak "DOEL" (het vroegere vak nr 10) is verdwenen:

Het werd vervangen door vak 19 (onderaan het document). Dit vak biedt drie mogelijkheden.

Indien in vak 19 0 nr 2 aangevinkt werd: dit betekent dat commerciële activiteiten met specimen(s) opgenomen in de vak A, B, C of D toegestaan zijn.

• Indien in vak 19 0 nr 2 door de dienst niet werd aangevinkt op het certificaat dan zullen de vakken 18 0 8 (kweek) en/of nr 20 0 (enkel geldig voor de houder) aangevinkt worden:

dit betekent dat het certificaat enkel de persoon aangeduid in vak nr 1 toelaat om het dier te houden of te kweken in een NIET COMMERCIEEL verband. Vb: een dier met onbekende oorsprong kan niet in het commerciële circuit terecht komen. In

dit geval zullen vakken nr 20 en/of nr 18.8 aangevinkt zijn afhankelijk van het geval.

2. Het certificaat dient niet meer verplicht op naam van de verkoper te zijn.

Dit betekent dat indien een specimen verandert van eigenaar (zelfs al gaat het om iemand van een andere EG-Lidstaat) het niet meer nodig is een nieuwe aanvraag te doen UITGEZONDERD indien:

 

1. het specimen niet geïdentificeerd is en gedekt is door een certificaat dat afgeleverd werd vóór 1 juni 1997 (blauw document) of

      2. het specimen niet geïdentificeerd is en gedekt is door een certificaat dat
             afgeleverd werd na 1 juni 1997 (geel document)
met beperkte geldigheidsduur

3. de vakken 18.8 en/of 20 van een nieuw type certificaat (cfr. model van Verordening            1808/2001) reeds aangevinkt zijn, of

4. een andere specifieke voorwaarde genoteerd werd in vak 20. Vb: «het specimen kan slechts één maal overgedragen worden».

3. Elke veranderingen van de toestand van het dier/product vraagt om een nieuw certificaat.

Een certificaat is niet meer geldig als:

- de specimens gestorven zijn of ontsnapt of

- de specimens vernietigd werden of

- de beschrijving van het specimen veranderd is (vb. identificatie)

In welke gevallen moet men een nieuwe aanvraag tot het bekomen van een certificaat doen? Voor een duidelijk begrip werden deze gevallen geïllustreerd met voorbeelden.

Een vogel waarvan de vaste voetring werd verwijderd omwille van medische redenen. Het certificaat met het ringnummer is niet meer geldig. Het dier moet een microchip ingeplant krijgen. Het nummer van de microchip dient vermeld te worden op het nieuwe certificaat.

Een schildpad heeft een bepaalde grootte bereikt waarbij identificatie mogelijk wordt. Men dient een microchip te laten inplanten. Het voorlopig certificaat is niet meer geldig en moet vervangen worden door een nieuw certificaat met het microchipnummer. Een niet-geïdentificeerd dier gedekt door een oud certificaat (blauw, vóór 1 juni 1997). Dit certificaat dient te worden vervangen door een nieuw dat het nummer van de microchip vermeldt.

Een dier uit het wild wordt verplaatst binnen de EG.

Het certificaat moet vervangen worden zodat men de nieuwe plaats van het dier kan noteren (in vak 2)

Een levend dier niet geïdentificeerd, ingevoerd in de CE met de belofte van de eigenaar het te laten merken.

De gele kopie (bestemd voor de houder) van de invoervergunning dient vervangen te worden door een certificaat dat de identificatiegegevens weergeeft. Een ivoren slagtand of een luipaardhuid die gewijzigd wordt (in een beeldje, een mantel) Het nieuwe certificaat zal de volledige beschrijving van het stuk weergeven. Een dier sterft en wordt opgezet.

Een nieuw certificaat moet afgeleverd worden voor het opgezet dier.

Een lot van ivoren beeldjes dat gedekt wordt door een certificaat wordt verdeeld in verschillende kleine loten zodat het kan worden verkocht aan verschillende personen. Elk lot moet gedekt worden door een nieuw certificaat.

Let op: elke nieuwe certificaataanvraag (om een ander certificaat te vervangen) moet vergezeld zijn van een origineel certificaat dat het specimen dekt.

 

4. Identificatie

Zoals u reeds weet, is het merken van levende dieren van Bijlage A verplicht. Voor de levende gewervelden, vogels niet meegerekend, vraagt Verordening nr. 1808/2001 dat de microchips beantwoorden aan de ISO-normen (internationale standaardnormen) zodat ze op eenvoudige manier kunnen gelezen worden in andere landen.

Indien het dier gemerkt is:

  • vóór 1/01/2002 met een chip zonder ISO-code of
  • vóór 1/06/1997 met een methode conform Verordening nr 939/97 of

• vóór zijn introductie in de EG met een methode aanvaard door CITES,

kan een certificaat worden afgeleverd overeenkomstig Verordening nr 1808/2001.

Bijgevolg kunnen vanaf 1 januari 2002 enkel ISO-microchips gebruikt worden.

Voor de vogels zijn nog steeds gesloten voetringen vereist. Bij bepaalde fysische (of andere) problemen die het ringen verhinderen, dient een microchip te worden ingeplant. De reden van nietidentificatie dient gemotiveerd te worden op de certificaataanvraag die vergezeld is van een veterinair attest.

Samengevat: H nieuwe certificaat is dus vooral een soort identiteitskaart van het specimen. Deze kaart dient de volledige beschrijving en de identificatie bevatten en, volgens het geval, het volgen bij elke commerciële transactie met name bij: de aankoop, het te koop vragen, de verwerving voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk, het verkopen, het in bezit hebben met het oog op; verkoop van specimens, het te koop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop, het verhuren, de ruil of de uitwisseling.

 

1. HOE INVULLEN?

 

Vak nr 1: Houder/Kweker.

Noteer hier uw naam, adres en telefoonnummer. Dit is belangrijk voor het geval wij u moeten contacteren. Indien u de kweker bent van het/de dier(en), gelieve dit aan te duiden door de overbodige informatie te schrappen.

Vak nr 2: Plaats waar de aan de natuur onttrokken levende specimens zal worden gehouden. Dit vak enkel invullen wanneer het gaat om dieren uit de natuur (Oorsprong: W).

Vak nr 3: Administratieve instantie van afgifte.

Hier wordt het adres van het Belgisch Beheersorgaan CITES genoteerd.

Vak nr 4: Beschrijving van het specimen.

Hier dient een zo volledige beschrijving van het specimen te worden ingevuld met onder meer:

• Een drielettercode (zie lijst van de meest gebruikte codes hieronder (*))

• Geboortedatum van het dier of leeftijd (bij benadering)

• Geslacht van het dier: mannelijk/vrouwelijk/onbekend.

• Datum van verwerving (voor antiquiteiten).

• Nummer van voetring met vermelding "gesloten", "open" of van microchipnummer met merknaam

• Maat, gewicht, lengte, diameter, ... indien het gaat om een product

• Maat, gewicht, lengte van het borstschild indien het gaat om jonge levende schildpadjes die niet gemerkt kunnen worden op het moment van de aanvraag.

(*) LIV = levende specimens

BOD = in essentie complete dode dieren, compleet opgezette jachttrofeeën CAR = snijwerk (bv. in ivoor)

SKI = huiden ongelooid of gelooid

TRO = trofeeën, delen van een dier (vb: hoornen, ...) TUS = slagtanden, al dan niet bewerkt

GELIEVE HET IDENTIFICATIENUMMER OP EEN DUIDELIJK LEESBARE MANIER WEER TE GEVEN.

Vak nr 5: Nettomassa

Gewicht enkel invullen als het gaat om producten, behalve voor jonge levende schildpadden die niet identificeerbaar zijn.

Vak nr 6: Hoeveelheid

Noteer het aantal specimens.

Voor levende geïdentificeerde of identificeerbare specimens, kan het certificaat slechts 1 enkel specimen dekken (zoals een identiteitskaart).

Vak nr 7: Bijlage CITES

Duid de correcte CITES-Bijlage aan waar de soort opgenomen werd: I, II of III.

Vak nr 8: EG-Bijlage

Duid de correcte EG-Bijlage aan waar de soort in opgenomen werd: A of B.

Vak nr 9: Oorsprong

Noteer de vereiste code aan die overeenstemt met het specimen zoals je die vindt op de achterzijde van het aanvraagformulier. Gebruik een code uit volgende lijst.

W: indien de dieren of planten uit de natuur komen

R: indien de dieren of planten afkomstig zijn van een kweekcentrum (= Ranching)

D: indien het gaat om dieren of planten (levend of hun producten) opgekweekt in gevangenschap' of voor commerciële (met erkenningsnummer, BTW-nummer) doeleinden kunstmatig' gekweekt.

Vb: een winkel/erkende kweker (met handelsregister, BTW-nummer ...) actief in de kweek van bepaalde dieren en verkoop van de jongen.

A : indien het gaat om voor niet-commerciële doeleinden gekweekte planten.

C: indien het gaat om dieren of planten (levend of hun producten) die opgekweekt zijn in gevangenschap' in een niet-commercieel verband (hobbyist)

F: indien het gaat om dieren of planten (levend of hun producten) die opgekweekt zijn in

gevangenschap' of artificieel' gereproduceerd maar waarbij alle criteria van de Europese reglementering niet vervuld zijn (vb: indien de ouders van een gekweekt specimen uit de natuur afkomstig zijn, zullen de nakomelingen de code F krijgen)

I: indien het gaat om in beslag genomen specimens.

0: Preconventie: indien het gaat om een specimen dat verworven werd vooraleer CITES van toepassing was in het land van uitvoer én in het land van invoer, dit betekent voor België op 1 januari 1984.

U: indien de oorsprong van het specimen niet gekend is (vb: een ivoren slagtand van een Afrikaanse olifant voor dewelke men niet exact weet van welk land de olifant afkomstig is).

De codes U en 0 moeten steeds gebruikt worden samen met een andere code (vb: U/O betekent dat het land van oorsprong van het dier/plant niet gekend is maar dat men weet dat het verworven is vóór CITES van kracht was in het land van invoer)

1 = in overeenstemming met de Europese reglementering (art. 24 en 26 van Verordening (EG) nr. 1808/2001)

Vak nr 10: Land van herkomst

Noteer het land waarin het specimen werd geboren of uit de natuur werd gehaald.

Vak nr 11: Nummer van vergunning

Enkel invullen bij ingevoerde specimens: men moet het nummer nemen van de uitvoervergunning (vergunning met dewelke de uitvoer heeft plaats gevonden vertrekkend van het land van oorsprong).

Vak nr 12: Afgiftedatum

Noteer de afgiftedatum van de uitvoervergunning aangeduid in vak nr 11.

Vak nr 13: Lidstaat van invoer

Voor ingevoerde specimens: noteer het EG land waar het/de specimen(s) voor het eerst ingevoerd werd(en).

Vak nr 14: Nummer van document

Voor specimens ingevoerd in België dient men het nummer te nemen van de Belgische invoervergunning.

Voor specimens ingevoerd in een andere EG-lidstaat: noteer de nummer van de invoervergunning afgeleverd door het land in kwestie.

Vak nr 15: Afleveringsdatum

Noteer de afgiftedatum van het document aangeduid in vak nr 14.

Vak nr 16: Wetenschappelijke naam van de soort

Noteer de wetenschappelijke (dus Latijnse) naam van de soort (bijvoorbeeld Ara macao). Uw aanvraag kan zonder de correcte naam niet verder behandeld worden.

Vak nr 17: Gewone naam van de soort

Noteer hier de gewone naam van de soort. (bv: Geelvleugelara).

Vak nr 18: Hierbij wordt verklaard dat de hierboven beschreven specimens Alle vakken die van toepassing zijn aanvinken. Merk op dat:

• vakken 1-7 hebben betrekking op de oorsprong van het/de specimen(s): verschillende vakken kunnen soms samen worden aangeduid. Vakken 1 tot 3 refereren naar de oorsprong van het specimen (uit kweek, uit de natuur, ...), vakken 4 en 7 naar de datum van verwerving.

Vb:

voor een vogel geboren uit gekweekte specimens in Duitsland in 1991 dient men vak 3 en 5 aan te vinken,

voor een schildpad ingevoerd uit Marokkaanse natuur in Frankrijk in 1985 met een

CITES-invoervergunning zal vak nr 5 aangevinkt worden.

• vak 8: houdt verband met het doel van de aanvraag. Dit vak wordt gereserveerd aan instellingen/ wetenschappelijke centra, met een zuiver educatief doel of met een kweekprogramma voor de instandhouding van de soort.

De corresponderende documenten (vergunningen, EG-certificaat, verklaring van kweek) dienen te worden aangeboden samen met de aanvraag.

Vak nr 19: Dit document wordt af gegeven teneinde:

Dit vak informeert naar de verschillende bestemmingsmogelijkheden.

• Vak 1: Enkel aanduiden indien u als een normaal in de Gemeenschap verblijvende persoon de Gemeenschap tijdelijk verlaat met persoonlijke bezittingen.

• Vak 2: Wanneer het gaat om een commerciële activiteit, dit is de aankoop, het te koop vragen, de verwerving voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk, het verkopen, het in bezit hebben met het oog op verkoop van specimens, het te koop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop , het verhuren, de ruil of de uitwisseling, van specimens aangeduid op het het certificaat, dient dit vakje te worden aangekruist.

• Vak 3: Deze bepaling heeft enkel betrekking op specimens uit de natuur die verplaatst zullen worden in de EG.

Vak nr 20: Bijzondere voorwaarden:

Gelieve in dit vak alle documenten te vermelden die de aanvraag wettigen.

Controleer of u alle noodzakelijke informatie doorgegeven hebt, teken en dateer de aanvraag. Kleef een zegel van 2,5 EURO op het formulier.

2. WANNEER DE BIJLAGE VAN HET FORMULIER GEBRUIKEN?

In het geval de aanvraag meer dan één soort betreft (maximum 4 in het totaal).

Eén aanvraag voor elk dier geniet de voorkeur indien het om een geïdentificeerd/ identificeerbaar dier gaat.

Op het ogenblik dat het dier verkocht wordt werkt dit zeer praktisch aangezien het certificaat dan niet meer gesplitst moet worden.

3. WELKE DOCUMENTEN MOETENDE AANVRAAG VERGEZELLEN?

De volgende documenten moeten, afhankelijk van het geval de aanvraag vergezellen of kunnen gevraagd worden door de dienst:

O een verklaring betreffende de datum, plaats en omstandigheden waarin uzelf de specimens verworven hebt;

• identiteit en verklaring van de vorige eigenaar;

• bewijzen en getuigenissen dat de specimens in uw bezit zijn vanaf de opgegeven datum;

• afstandsverklaring;

• verklaring van broedleen;

O oorsprongscertificaat van het land van herkomst (België of andere landen van de EG);

• fiche van kweek in gevangenschap (zie het hierbij gevoegde formulier): met de originele certificaten van de ouders (aangetekend te verzenden): deze laatste zullen u teruggezonden worden vanaf het ogenblik dat ze door de dienst gecontroleerd werden.;

• kopie van de invoervergunning;

• kopie van een factuur;

O kopie van de inventaris;

• kopie van het CITES-register.

4. VOOR WELKE SOORTEN IS ER GEEN CERTIFICAAT VEREIST?

Het verkrijgen van een certificaat is niet vereist voor de commercialisering van:

• bepaalde vogelsoorten van Bijlage A die frequent in gevangenschap gekweekt worden (zie lijst in bijlage)

• bewerkte specimens verworven vóór 1 juni 1947 (meer dan 50 jaar vóór het in werking treden van Verordening nr. 338/97), dit zijn de specimens waarvan de natuurlijke ruwe staat sterk gewijzigd is ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten en waarvan de administratieve instantie van de betrokken Lidstaat zich heeft kunnen verzekeren dat ze verworven zijn onder die voorwaarden. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn. (een opgezet dier, een olifantvoet die dient als parapluhouder worden eveneens beschouwd als bewerkte specimens)

ONVOLLEDIG INGEVULDE, ONJUISTE OF ONLEESBARE AANVRAGEN ZULLEN NIET BEHANDELD WORDEN!

Voor verdere informatie over het invullen van de aanvraag kan u steeds contact opnemen met onze dienst:

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Rijksadministratief Centrum

Dienst CITES

Pachecolaan 19 Bus 5, 6e verdieping

1010 Brussel

E-mail: CITES@health.fgov.be